Dieren denken na, en menselijke dieren..?

  • Posted on: 6 April 2015
  • By: Jose

In een tijd waar kennis en informatie steeds makkelijker bereikbaar is, is het voor mensen steeds moeilijker om te begrijpen dat niet alle “weetjes”, ook daadwerkelijk voor kennis zorgen en dat veel informatie in een bepaalde context thuis hoort.

Dit is zeker het geval als er gesproken wordt over dierenwelzijn en diergedrag. Dat gebeurt bijna altijd binnen een mensgericht kader. Denk bijvoorbeeld aan gedragstherapie, wat vooral gaat over het wegwerken van gedragsexpressies van dieren, expressies die door mensen als probleem(gedrag) worden gezien. Soms staat dat ook letterlijk omschreven: “Probleemgedrag van het dier ombuigen naar gewenst gedrag”. Maar ook de vraag hoe het kan dat universiteiten Masters hebben in diergedrag, waar ethiek hoog in het vaandel staat, en waar je als student de opdracht krijgt om voor onderzoek een aantal maanden een dier te trainen? Er is niets ethisch aan een onderzoek om te zien of je in staat bent om gedragsexpressies van een Ander te manipuleren. Interesse in het gedrag van dieren voor verdieping van het begrip van dierenwelzijn en kwaliteit, begint bij het begrijpen en respecteren van hun eigen beleving, hun eigen behoeften, en hun cognitieve vermogens. Niet de ‘trainbaarheid’ van een dier.

Dat we dit normaal vinden, en dat het moeilijk is om dit ter discussie te stellen is niet verbazend. De tegenwoordige maatschappij kijkt nog zo gemakkelijk naar een dier als een fysieke aanwezigheid, die gestuurd moet worden op gepast gedrag, die wacht op commando’s en die niet in staat is om zijn eigen idee en beeld van een situatie te vormen, op een wel- overwogen manier, laat staan dat we accepteren dat ze daar ook behoeften aan hebben. Een hond die rondloopt in een ruimte om zich die ruimte eigen te maken vinden de meeste mensen nog vreemd, liever dat hij rustig ergens in een hoek gaat liggen. Honden die de wasmachine leeghalen voor hulpbehoevende mensen wordt tegelijkertijd niet als vreemd gezien? Maar dieren denken na, hebben voorkeuren, oordelen, een idee van welzijn, en hebben ook de behoefte om informatie te kunnen verwerken. En dan niet op door de mens uitgekozen momenten, als specifieke activiteit, maar in ieder moment. Dieren hebben een eigen behoefte, een eigen beleving en een eigen groei. – Dit geldt overigens ook voor ons mensen, menselijke dieren, waarin we vaak makkelijker ‘voor een Ander denken’, dan open staan voor ‘het denken van een Ander’.

Werkelijke kennis van dierenwelzijn, van levenskwaliteit, diergedrag en het cognitieve vermogen (intelligentie en emoties) van niet-menselijke dieren begint dan ook in eerste instantie met het afbreken van oude overtuigingen, die door onze huidige cultuur, onze huidige maatschappij, in stand gehouden worden. Het begint met het maken van een keuze, met begrijpen en accepteren dat elk dier een eigen beleving heeft, een eigen subjectieve beleving, en een eigen behoefte aan een dialoog met de wereld om zich heen, voor zijn/haar eigen beeldvorming, eigen persoonlijke groei en ontwikkeling.

Begrijpen dat nieuw inzicht pas een plek kan krijgen als je ervoor kiest om buiten het beperkende antropocentrische kader informatie op te doen. Blijf je binnen dat kader, dan zal er een continue cirkel blijven bestaan die allerlei redenaties in stand zal houden. En dan zie je bijvoorbeeld in de paardenwereld dat bijzonder beschamende opvattingen voedingsbodem blijven houden, vaak ingepakt met kreten als “het is wetenschappelijk onderbouwd” (bron?) of “uit ethologische kennis blijkt” (van wie?). En blijkt wat? Dat paarden niet kunnen plannen? Niet nadenken over het verleden of over de toekomst? Geen begrip hebben van gedachten of innerlijke staten van een ander individu? En het mantra dat paarden alleen in het hier-en-nu leven? (alsof ze elke dag opnieuw moeten verzinnen wie ze zijn, waar ze zijn, met wie ze leven?). Dat was een greep uit een recent verschenen artikel in een paardenblad dat lezers vooral wil informeren over natuurlijk paardenhouden. Alsof er geen eigen intentie bestaat? Uitspraken waar Descarte (1596-1650) tevreden mee zou zijn. Maar de hedendaagse mens, met een passie voor dierenwelzijn, voor het kunnen garanderen of faciliteren van levenskwaliteit van een Ander, heeft recht op de juiste kennis, vanuit een modern kader.

De vraag is dus ook niet waarom er nog wordt gesproken over wetenschappelijke inzichten die hun houdbaarheidsdatum al lang geleden zijn gepasseerd, de vraag is veel eerder waarom er blijkbaar een behoefte is om deze overtuigingen in stand te houden. Want ondertussen kan de hang naar het in stand houden van deze cirkelredeneringen eerder als discriminerende gedachte ten opzichte van een bepaald diersoort (speciesism) worden gezien, en zeker niet als gebrek aan kennis, want die is er ten overvloede, maar dan moet wel die bewuste keuze gemaakt worden, om daar open voor te staan, om als mens van een sokkel af te stappen en waarde te kunnen geven aan de beleving van een Ander, dier. 

Dieren hebben het recht op hun eigen beleving, dieren hebben recht om informatie te verwerken, die de moeite waard is. Maken we daar daadwerkelijk ruimte voor? Of staat de mens toch weer centraal, als hier niet over nadenkend middelpunt van een antropocentrische samenleving?

Geschreven door: José De Giorgio-Schoorl, mede-oprichter van Learning Animals, het Instituut voor Dierethiek, Ethology en Animality Studies. Docent Critical Human-Animal Studies. Veranderingsdeskundige, gespecialiseerd in de relatie tussen mensen en andere dieren en de ontwikkeling daarvan in de praktijk. Begeleider persoonlijke groei.